|
 Zondag 23-11-2008 - Foto: Paul van de Heiden |
Uit de bewolking sneeuwt het vrijwel het hele jaar, alleen merken we daar aan de grond maar weinig van. Als de temperatuur in de bewolking daalt naar waarden tussen -5 en -20 graden ontstaan er ijskristallen in een wolk. Bij deze waarde is het verschil in de dampdruk t.o.v. water en ijs het grootst en vinden er transporten van waterdampmoleculen van onderkoelde waterdruppels naar vrieskernen plaats. Deze vrieskernen dienen als katalysator en brengen de bevriezing versneld op gang. Op weg naar beneden blijven deze ijskristallen kleven aan stofdeeltjes die in de lucht zweven. Hierdoor vormen zich kristallen en vervolgens sneeuwsterren. Deze sterren kunnen allerlei vormen hebben, maar ze zijn altijd zespuntig. Wanneer het waait, klitten de sneeuwsterren, op hun weg naar de aarde, samen en vormen een sneeuwvlok. Zo'n vlok bestaat uit wat ijs en heel veel lucht tussen de ijskristallen. Vlokken zijn onregelmatig, klein of groot, maar wanneer het windstil is, dwarrelen ze één voor één naar beneden.  Sneeuwkristallen zijn altijd zespuntig
| De vraag is natuurlijk of de sneeuw, de weg naar het aardoppervlak, zal overleven. Daarvoor moet het koud genoeg zijn anders zien we het dichter bij de grond gewoon regenen. Het kan ook voorkomen dat in de bovenlucht zachtere lucht wordt aangevoerd en het wel koud genoeg is voor sneeuw aan het aardoppervlak. De neerslag valt dan in de vorm van regen en kan dan zorgen voor ijzel. IJzel is regen die gelijk bevriest op een bevroren ondergrond en zodoende voor zeer gladde wegen kan zorgen. Wanneer de sneeuw onderweg gedeeltelijk smelt en onderweg weer bevriest dan krijg je ijsregen. IJsregen wordt wel eens verwart met hagel. Bij ijsregen zijn de bolletjes doorzichtig en bij hagel zijn ze wit. IJsregen wordt vooral waargenomen tijdens een dooiaanval waarbij verschillende neerslagvormen kunnen optreden. Als sneeuw voornamelijk uit water bestaat dan wordt gesproken over natte sneeuw. Je kan natte sneeuw herkennen aan de grote vlokken. Deze sneeuw is ideaal voor het maken van sneeuwballen en sneeuwpoppen. Lang zal de pret niet duren, want die grote vlokken wijzen vaak op een hogere temperatuur in de bovenlucht waardoor de sneeuw snel over kan gaan in regen. Bij vorst kunnen de sneeuwvlokjes zeer klein zijn en worden ze aangeduid als poedersneeuw of motsneeuw. Omdat deze sneeuw minder vocht bevat kan je hier geen sneeuwbal van maken en wordt het amper wit. Bij rustig weer en temperaturen van meer dan 8 graden onder nul kan er zelfs bij een wolkenloze hemel wat poolsneeuw vallen.
 Zaterdag 22-11-2008 - Fraai sneeuwlandschap in Ter Wolde - Foto: Mark Wolvenne
|
Het hoeft niet perse te vriezen om het te laten sneeuwen. Bij sneeuw wordt namelijk niet alleen gekeken naar de “gewone” temperatuur, maar ook naar de natteboltemperatuur. De natteboltemperatuur is de temperatuur die een vallende sneeuwvlok of regendruppel ervaart. Hoe droger de omgevingslucht hoe meer vocht kan worden verdampt en hoe lager de gemeten natteboltemperatuur zal zijn. Je kan het vergelijken met onze huid, die neemt ook de natteboltemperatuur aan wanneer we uit een zwembad komen. Het water op de huid wil verdampen en onttrekt warmte aan de lucht vlak rond het lichaam waardoor je het koud krijgt. Hieruit kunnen we opmaken dat sneeuw ook kan vallen bij een temperatuur tot +7 graden. Er kan dan zoveel vocht aan de sneeuwvlok worden ontrokken zodat de sneeuwvlok zelf tenminste nul graden blijft.
Het is logisch dat sneeuw voor het verkeer het meest hinderlijk is als de temperatuur onder het vriespunt ligt. Een prettiger bijkomstigheid van sneeuw is dat je het duidelijk ziet liggen waardoor weggebruikers vanzelf hun snelheid aanpassen. Helemaal lastig wordt het als de sneeuw door de harde wind gaat stuiven, hierdoor kan het ook treinverkeer grote hinder ondervinden. IJzel daarentegen is moeilijk te zien waardoor er dikwijls te snel wordt gereden. Het is daarom raadzaam, als er over ijzel in verwachting wordt gesproken, om uw snelheid aan te passen en alert te blijven.
 Zondag 23-11-2008 - Sneeuwval in Rotterdam - Jan van de Breevaart
|
In ons land is sneeuw een zeldzaam verschijnsel. Als het dan ook wordt aangekondigd wordt er door vele reikhalzend naar uitgekeken. Sneeuw kan zorgen voor de nodige saamhorigheid. Als in de avonduren sneeuwval zorgt voor een wit tapijt dan zie je, ondanks het tijdstip, dat sleeën voor de dag worden gehaald en er met elkaar volop wordt genoten van het witte goud. Dit toont aan dat sneeuw eerder uitzondering is dan regel. Sneeuw blijft helaas minder goed liggen dan vroeger. Dit heeft te maken met het feit dat er tegenwoordig preventief wordt gestrooid. Bij de eerste de beste sneeuwbui in de weersverwachting wordt er al preventief gestrooid. De sneeuwvlokken krijgen daardoor bijna geen kans om te overleven.
 De kaart hierboven geeft het gemiddelde aantal dagen per jaar, waarop op de bemande KNMI stations sneeuw werd waargenomen. Een sneeuwdag geldt als een dag met sneeuw als in tenminste één uurvak van dat etmaal sneeuw werd waargenomen, ongeacht de duur. Landelijk loopt het aantal sneeuwdagen uiteen van 20 in het zuidwesten tot 31 in het noordoosten. (Bron: KNMI Klimaatatlas) |
Er zijn een aantal weersituaties in Nederland te bedenken waardoor er een grote kans bestaat op sneeuw. Bij een noordwestenwind wordt koude lucht over het relatief warme zeewater aangevoerd waardoor er stevige sneeuwbuien kunnen ontstaan. In zo`n situatie vallen de meeste sneeuwbuien juist in de kustprovincies. Vervolgens nemen de buien landinwaarts in activiteit en aantal af, het zuidoosten heeft dan met de minste buien te maken. Sneeuw valt er ook als er een lagedrukgebied ten zuiden van ons land trekt. Hierdoor staat er een oostelijke stroming waardoor er koude lucht wordt aangevoerd. In een groot deel van het land kan er dan een laag sneeuw vallen. Het klinkt wat vreemd, maar een echte sneeuwsituatie zien we ook vaak bij een dooiaanval. Er kan dan een flink pak sneeuw vallen waarvan we slechts enkel uren kunnen “genieten”. Een echte sneeuwbrenger is een Polar-low, dit een klein lagedrukgebied dat tot op grote hoogte gevuld is met koude lucht. Ze ontstaan vaak voor de Noorse kust en zakken vervolgens af naar de Noordzee. Zo`n lagedrukgebied kan dan zorgen voor een dik pak sneeuw. Hou dus het actuele weerbericht hier in de gaten!
Bron: Ed Aldus/KNMI/Wikibooks
Heeft u vragen over het weer of dit bericht dan kunt u deze sturen naar: edaldus@buienradar.nl
|