|
De scenario’s die het KNMI in 2006 voor het toekomstige klimaat in Nederland heeft uitgebracht, zijn getoetst aan de nieuwste nationale en internationale inzichten. De resultaten daarvan staan beschreven in een brochure die het KNMI eind juli 2009 heeft uitgebracht. Uit deze evaluatie blijkt dat het klimaat in Nederland sterk verandert én dat de toekomstbeelden van het KNMI uit 2006 de meest waarschijnlijke veranderingen goed weergeven.

Klimaatscenario’s verschillen niet alleen van weersverwachtingen doordat de tijdshorizon anders is (meestal 50 tot 100 jaar vooruit in plaats van 10 dagen), maar ook doordat het type informatie verschilt. Weersverwachtingen zeggen iets over een bepaalde dag (bijvoorbeeld of het morgen gaat regenen), terwijl klimaatscenario’s het gemiddelde weerbeeld en de kans op extreem weer schetsen voor een lange periode (bijvoorbeeld hoeveel de kans op extreme neerslag en hoogwater is toegenomen rond 2050). |
Klimaatscenario’s zijn beelden van het toekomstige klimaat, die aangeven in welke mate temperatuur, neerslag, wind en zeeniveau kunnen veranderen. Ze zijn de basis voor maatregelen om onze samenleving voor te bereiden op- en zo mogelijk aan te passen aan klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan betere waterkeringen, riolen die sneller water af kunnen voeren of aanpassingen aan gebouwen om hitte in steden te bestrijden.
Uit recent internationaal onderzoek blijkt dat de grote ijskappen op West-Antarctica en Groenland snel afkalven, Nederland en West-Europa snel opwarmen en dat de hevigheid van extreme buien toeneemt. Deze verandering in klimaat gaat deels sneller dan verwacht. Toch blijven de vier KNMI-klimaatscenario’s uit 2006 volledig overeind. Hoe kan dat? Bij het opstellen is geanticipeerd op een aantal recente ontwikkelingen en rekening gehouden met de onzekerheid. De veranderingen vallen nog grotendeels binnen de marges van deze scenario’s.
De nieuwe onderzoeksresultaten geven aanleiding de klimaatscenario’s van drie jaar geleden nog eens tegen het licht te houden. De KNMI’06 scenario’s blijven goed bruikbaar voor de meeste klimaateffectstudies en adaptatievraagstukken in ons land, omdat ze ook volgens de huidige inzichten samen de meest waarschijnlijke veranderingen beschrijven met bijbehorende onzekerheden. Wel zijn er de volgende nieuwe aanwijzingen voor gebruik: De KNMI’06 scenario’s beschrijven ook volgens de huidige inzichten samen de meest waarschijnlijke veranderingen:
De temperatuur in Nederland stijgt snel. Deze snelle opwarming is veroorzaakt door factoren die nog onvoldoende begrepen zijn, en niet zomaar mogen worden geëxtrapoleerd naar de toekomst. Duidelijk is wel dat de lagere temperatuurveranderingen in de G/G+ scenario’s minder waarschijnlijk zijn dan de hogere temperatuurveranderingen in de W/W+ scenario’s.
Er zijn aanwijzingen dat de toename van de intensiteit van zware buien in de zomer bij stijgende temperatuur sterker is dan de toename van de extreme dagelijkse hoeveelheden die worden gegeven in de KNMI’06 scenario’s. De G/W scenario’s bevatten waarschijnlijk voldoende marge om het verschil te compenseren. Dit is vooral relevant voor toepassingen waarin kortdurende zware neerslaggebeurtenissen centraal staan. .
Het is aannemelijk dat de regionale verschillen in extreme neerslag binnen Nederland, zoals zichtbaar in de waarnemingen, in de toekomst versterkt worden. De veranderingen in (extreme) neerslag in de zomer in de G+/W+ scenario’s lijken te laag voor de kuststrook. Voor dit gebied dient men rekening te houden met de combinatie van droogte uit de G+/W+ scenario’s afgewisseld met(korte) periodes met extreme neerslag uit de G/W scenario’s. Nieuw onderzoek bevestigt dat de natuurlijke variaties in het stormklimaat, zelfs gemiddeld over 30 jaar, groter zijn dan de veranderingen die door het broeikaseffect worden veroorzaakt. Er zijn geen aanwijzingen voor meer of sterkere winden uit noordelijke richting in de toekomst, die zorgen voor de grootste wateropstuwing aan de Nederlandse kust.
De recent waargenomen versnelde afkalving van de Groenlandse en West-Antarctische ijskap wordt nog slecht begrepen en gemodelleerd. Daarnaast bestaat er onzekerheid over de verdeling over de oceanen van smeltwater afkomstig van ijsmassa’s op land door het gravitatie-effect. Volgens de huidige inzichten zou een eventuele bijstelling van de KNMI’06 scenario’s voor de zeespiegelstijging, om met deze effecten beter rekening te houden, niet leiden tot afwijkende cijfers.
De KNMI brochure “Klimaatverandering in Nederland, aanvullingen op de KNMI ’06 scenario’s” is te vinden en te verkrijgen via de site van het KNMI.
Bron: KNMI
Heeft u vragen over het weer of dit bericht dan kunt u deze sturen naar: edaldus@buienradar.nl
|